Belachelijk weinig geld voor decentrale duurzame energie

Opinie door Eco Matser, programmamanager energie, klimaat en ontwikkeling bij Hivos

Om arme landen te helpen met het tegengaan van klimaatverandering en het zich wapenen tegen de gevolgen daarvan zijn er internationaal afspraken gemaakt. Zo hebben rijke landen zich verplicht klimaatfondsen beschikbaar te stellen. In twee recente artikelen (Nederlands Dagblad 4-12-2019 en NOS 10-12-2019) pleit Oxfam Novib voor het besteden van deze klimaatfondsen aan adaptatie – het aanpassen aan klimaatverandering – en niet aan mitigatie – investeren in duurzame energie om klimaatverandering te voorkomen.

Maar de vraag is of je wel moet kiezen tussen die twee. Uiteindelijk willen we immers oplossingen financieren die ten goede komen aan arme mensen, of dat nu aanpassing is of het tegengaan van klimaatverandering. Volgens Hivos sla je met duurzame energieoplossingen in lage- en middeninkomenslanden twee vliegen in één klap: armoedebestrijding én klimaatoplossingen. En dat helpt mensen ook om zich aan de desastreuze gevolgen van klimaatverandering aan te passen.

Energie voor bedrijvigheid

De familie Muwo uit Kenia, die in het NOS-artikel opgevoerd wordt, laat heel goed zien wat een solar-thuissysteem voor het welzijn van mensen kan betekenen. Licht om te lezen en studeren, stroom voor communicatie via telefoon en tv. Maar, als die duurzame energie ook op veel grotere schaal wordt ingezet om (efficiënter) te produceren, krijgen mensen nog meer de kans om zelf een bestaan op te bouwen. Dat biedt ook leveranciers van duurzame energiesystemen als M-Kopa – overigens geen klein bedrijfje, zoals in het artikel staat – een beter verdienmodel. Nu moeten ze eerst zelf geld investeren in de solar-thuissystemen die mensen pas na vele jaren kunnen terugbetalen. Ook al komen die investeringen deels van impact investors, de rentes zijn nog altijd zeer hoog en de markt is onzeker. Zo ontstaat een wankel piramidesysteem dat elk moment in kan storten, zoals de Financial Times haarfijn ontleedt in een publicatie over M-Kopa’s collega Mobisol.

Voor Hivos is armoedebestrijding zonder toegang tot duurzame energie een illusie.

In tegenstelling tot wat het NOS-artikel suggereert, gaat er helemaal niet veel klimaatgeld naar schone en betaalbare energie voor arme mensen. Sterker nog, uit internationale klimaatfondsen worden belachelijk weinig duurzame energie-initiatieven gefinancierd die mensen echt én op grote schaal uit de armoede kunnen helpen. Welgeteld 1,2% gaat naar decentrale duurzame energie (SEforAll Energizing finance 2019). Een paar lampen of een tv zijn belangrijk voor de sociale behoeften van mensen, voor communicatie, veiligheid en onderwijs. Maar voor economische ontwikkeling is meer nodig. Die ontwikkeling vergt investeringen, ook in bedrijvigheid, die het niveau van een aantal huishoudens flink overstijgen.

Duurzame energie vergroot weerbaarheid

Nog altijd zijn miljarden mensen arm. Zij zijn voor licht in huis en om te koken aangewezen op vervuilende, ongezonde en dure brandstoffen als petroleum of houtskool. Koken op houtvuur eist jaarlijks 4 miljoen dodelijke slachtoffers volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), met name vrouwen en kinderen. Duurzame energiebronnen als zonne-energie, biogas en kleinschalige waterkracht kunnen beide problemen oplossen. Maar laten we duidelijk zijn: grote winsten zul je daar in afgelegen, arme gebieden nooit mee behalen. Voor lokale kleine ondernemers is het wel interessant om in kleinschalige zonne-energie te investeren (‘laad hier je telefoon op!’), maar de winstmarges die dit oplevert zijn volstrekt onvoldoende voor de private sector in het rijke noorden. De opbouw van een echte energie-infrastructuur die ook bedrijvigheid en elektrisch koken mogelijk maakt, vergt investeringen die vele malen groter zijn dan nu gedaan worden. Juist in arme gebieden kan dat niet zonder publiek geld.

Koken op houtvuur eist jaarlijks 4 miljoen dodelijke slachtoffers.

Hivos denkt dat we verre moeten blijven van een soort concurrentie tussen geld voor klimaatadaptatie of voor duurzame energie en ontwikkeling. Het is immers niet óf óf, maar én én. We moeten nu vol inzetten op duurzame energie om klimaatverandering tegen te gaan én armoede te bestrijden. Tegelijkertijd moeten we boeren ondersteunen om zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering en hun landbouwemissie te verlagen. Het kan niet zo zijn dat we het ene laten ten gunste van het andere.

Bovendien blijkt uit onderzoek (Literature Review on Energy Access and Adaptation to Climate Change geschreven in opdracht van DFID en ‘Energy and Adaptation – Exploring how energy access can enable climate change adaptation’ door Practical Action Consulting) dat duurzame energie de weerbaarheid van kwetsbare families vergroot – óók tegen de gevolgen van klimaatverandering. Kleine boeren en boerinnen kunnen dankzij irrigatiesystemen op zonne-energie hun oogsten verbeteren. Lokale bedrijfjes kunnen veel efficiënter voedsel verwerken en opslaan (koeling!) met behulp van duurzame energie of andere productieprocessen vereenvoudigen. En het vruchtbare overblijfsel van biogasinstallaties – bioslurry – is een van de beste natuurlijke bemestingen die boeren zich kunnen wensen.

Rechtvaardig klimaatbeleid én ontwikkeling

Ook op landenniveau zouden klimaatfondsen ingezet moeten worden voor steun aan een tijdige omslag naar duurzame energie. Dit kan bijvoorbeeld op basis van de door deze landen goedgekeurde ‘Parijs’-plannen (Nationally Determined Contribution). De wereld kan het zich niet permitteren als lage inkomenslanden hun ontwikkeling bouwen op fossiele energiebronnen. De energietransitie zal ook daar nú ingezet en voortgezet moeten worden. Niet alleen vanwege het klimaat, maar ook omdat zij straks anders opnieuw in het wereldeconomische nadeel zijn. Je kunt er namelijk donder op zeggen dat onder meer de EU strenge normen gaat stellen aan de hoeveelheid CO2 die voor een product mag worden uitgestoten. Als lage inkomensland dat is aangewezen op vervuilende kolencentrales, kun je toegang tot Europese markten dan wel schudden.

Het is dan ook zaak om de hier geleerde lessen toe te passen en lage inkomenslanden te helpen direct een zonnepark te bouwen, in plaats van een kolencentrale die over enkele jaren dicht moet. De meerkosten voor het zonnepark ten opzichte van de kolencentrale moeten uit de internationale klimaatfondsen betaald worden – dat is een rendabele investering in rechtvaardig klimaatbeleid én ontwikkeling.

Hivos en Oxfam Novib streven allebei naar een rechtvaardige wereld zonder armoede, maar kiezen een andere weg. Voor Hivos is armoedebestrijding zonder toegang tot duurzame energie een illusie. Toegang tot duurzame energie geeft mensen zélf de kans om uit de armoede te ontsnappen – zowel op het niveau van huishoudens als van landen. Dat zullen we met ons allen moeten financieren als we Duurzame Ontwikkelingsdoel 7 willen bereiken. Náást fondsen waarmee mensen zich kunnen wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering – en níet in plaats daarvan.

Eco Matser, programmamanager duurzame energie, vergadert in New York.
Eco Matser, programmamanager energie, klimaat en ontwikkeling bij Hivos, tijdens een VN-conferentie in New York. Foto: Natalia Mroz / IISD