Tijd dat minister Kaag ambities echt uitvoert en vrouwenrechten centraal stelt

“De huidige aanpak schiet tekort. Het blijft allemaal vrijwillig, vrijblijvend en zelfregulerend. Controlemechanismes ontbreken, noemenswaardige resultaten ook, en bedrijven blijven buiten schot”.

Op Internationale Vrouwendag twitterde minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking dat vrouwelijke ondernemers bijdragen aan armoedebestrijding, economische groei en een duurzame samenleving. Maar in de praktijk gaat dit anders in zijn werk. Genderongelijkheid is wereldwijd nog steeds op grote schaal aanwezig en Nederlandse bedrijven en overheid kunnen hier verandering in brengen. Daarom vragen Hivos, WO=MEN en ActionAid aandacht voor vrouwenrechten in de internationale economie. In een gezamenlijke publicatie, Vrouwen & werk wereldwijd en wat de Nederlandse overheid en bedrijven daarmee te maken hebben, roepen wij de overheid, de minister en de regering op om ervoor te zorgen dat vrouwenrechten een volwaardige plaats hebben in afspraken over internationaal ondernemen.

Niet genoeg

Handelsland Nederland is een grote internationale speler en veel Nederlandse bedrijven zijn actief in een scala van wereldwijde handelsketens. Dat geeft ook veel verantwoordelijkheid. De afspraak is dat bedrijven erop letten dat het er in die ketens een beetje netjes aan toe gaat: zonder uitbuiting, tegen een redelijk loon, zonder milieuschade of andere vervuiling, geen kinderarbeid of landroof. Maar hoe duidelijk de ambitie van minister Kaag ook is – vrouwenrechten en gendergelijkheid zijn onderdeel van alle beleidsmaatregelen van het ministerie – de huidige aanpak schiet tekort. Het blijft allemaal vrijwillig, vrijblijvend en zelfregulerend. Controlemechanismes ontbreken, noemenswaardige resultaten ook, en bedrijven blijven buiten schot. Met andere woorden: de Nederlandse overheid doet erg weinig om schendingen van vrouwenrechten in de ketens van grote bedrijven tegen te gaan, en erg weinig om structurele genderongelijkheid aan te pakken.

Ongelijkheid wereldwijd

Die genderongelijkheid is op grote schaal aanwezig. Mensenrechtenschendingen door grote bedrijven halen geregeld het nieuws en maken veel slachtoffers: mannen, vrouwen, kinderen, mensenrechtenverdedigers en inheemse volkeren. Denk aan de Rana Plaza-ramp – de kledingfabriek in Bangladesh die instortte – waar vooral vrouwen en kinderen om het leven kwamen. Of aan de vrouwen uit de Ogoni-gemeenschap in Nigeria die hun bestaanszekerheid zijn verloren door olievervuiling. En de vrouwen in Sierra Leone die hun land kwijtraakten door de komst van een biobrandstofbedrijf. Vrouwen zijn vaak extra de klos.

Vrouwen krijgen wereldwijd 25 procent minder betaald dan mannen die hetzelfde werk doen. In 2018 had 48,5 procent van de vrouwen wereldwijd betaald werk, tegenover 76 procent van de mannen. Drie op de vijf werkende vrouwen kan geen zwangerschapsverlof krijgen. Vrouwen doen ook twee keer meer huishoudelijk werk dan mannen. De (onbetaalde) zorg voor kinderen en familieleden komt ook vaker op vrouwen neer. Vrouwen doen vaker ongeschoold en laagbetaald werk en zijn vaker te vinden in informele en kwetsbare banen: in ontwikkelingslanden is dat 4,6 procent hoger dan bij mannen.

Verandering brengt vooruitgang

Dit moet anders. Hoe krijg je bedrijven dan zo ver dat ze rekening houden met gender en de positie van vrouwen? Dat is vooral een perspectiefverschuiving, ook bij de overheid. De ambitie hoort verder te gaan dan convenanten en zelfregulering. Vrouwenrechten verdienen een volwaardige plaats in afspraken over internationaal ondernemen. Alleen daarmee komt gendergelijkheid binnen handbereik.

Waarom is dit belangrijk? Ten eerste: vrouwenrechten zijn mensenrechten. De Nederlandse overheid heeft de meeste belangrijke mensenrechtenverdragen geratificeerd en heeft daarmee de plicht om mensenrechten te beschermen, ook als die geschonden worden door Nederlandse bedrijven elders op de wereld. Minstens even belangrijk: vrouwen zouden weleens de sleutel kunnen zijn tot een duurzame, solidaire en toekomstbestendige samenleving en economie. Dat is geen garantie, maar tot nu toe heeft een systeem dat door mannen gedomineerd is, te weinig aandacht voor belangrijke waarden zoals gelijkheid, zorg voor het klimaat, milieu en toekomstige generaties.

Bovendien – en daar heeft minister Kaag een punt – levert gendergelijkheid economische ontwikkeling op. Als vrouwen op dezelfde manier als mannen zouden deelnemen, zouden ze per jaar maar liefst 24 biljoen euro toevoegen aan het wereldwijde bbp. Dat sociale, politieke en economische gelijkheid voor vrouwen noodzaak is, staat buiten kijf. Dat gendergelijkheid en vrouwenrechten in handelsketens thuis horen, evenzeer. Wij roepen de minister op serieus werk te maken van vrouwenrechten en gendergelijkheid in internationaal ondernemen omdat uiteindelijk iedereen hiervan profiteert.

Dit is een gezamenlijke publicatie van Roos van Os, Barbara van Male (WO=MEN), Kelly Groen (ActionAid) en Caroline Wildeman (Hivos)