Sterke drank en Afrikaanse roots

Hivos kijkt IFFR: Djon África

Miguel, een goeiige lobbes uit Portugal met rastahaar, weet het opeens zeker. Half aangemoedigd, half tegengehouden door zijn grootmoeder is hij vastbesloten om naar Kaapverdië te gaan, op zoek naar z’n Kaapverdische vader. Op zoek naar zijn roots.

In het eerste deel van de film weet een opeenvolging van korte, woordloze scènes Miguels Portugese leventje mooi te vangen. Hij moddert eigenlijk maar wat aan, in werk, op straat, in de liefde. Of neemt zijn relatie misschien serieuze vormen aan? Het weerhoudt hem niet om een ticket te kopen en naar Afrika te vertrekken.

De kijker reist met hem mee, uitnodigend en easy going als de Portugees is. In het vliegtuig vloeit de drank en wanen we ons met uitbundige dans in het gangpad in Afrikaanse sferen. Of is dit een hallucinatie, gevoed door de nationale Kaapverdische drank, de groque?

Het licht hallucinante gevoel verdwijnt nooit helemaal uit de beleving van de reiziger, die vaart op het wat wankele kompas van drank, vreemden en vrouwen. Miguel zoekt en vindt een tijdelijk thuis in de weidse Kaapverdische heuvels van Tarrafal. Je zou kunnen zeggen dat hij hier op een poëtische manier bezig is met zelfonderzoek. Wat heeft hij hier op dit verre Afrikaanse eiland eigenlijk te zoeken. Ja, z’n vader maar verder? Hoe bepalend zíjn die zogenaamde roots nou helemaal voor zijn identiteit?

Hij wordt niet eens geaccepteerd als Kaapverdiaan. Uitgejouwd door een groepje spelende kinderen. Hier is Miguel, die iets van zijn oorsprong probeert te achterhalen, in feite vreemdeling. Het is niet het eerste en zeker ook niet het laatste inzicht dat hij krijgt op z’n reis, die in meerdere opzichten vormend blijkt, met tot het einde de groque als metgezel.

Djon África is tot zaterdag 3 februari te zien op het IFFR. Deze film van João Miller en Filipa Reis dingt mee naar de prestigieuze Hivos Tiger Award.