Responsive image

Met gentech is honger niet zomaar de wereld uit

30 mei, 2017

Alle kleinschalige boeren in Afrika aan de GMO technologie en de honger is de wereld uit, als we Hidde Boersma mogen geloven tenminste. Boersma publiceerde op 20 mei in de Volkskrant een hartstochtelijk pleidooi voor genetisch gemodificeerde gewassen. Hivos vindt dat zijn focus op de ‘techno-fix’ getuigt van tunnelvisie die de complexiteit van landbouw- en ecosystemen negeert en de onafhankelijkheid en zelfstandigheid van boerengemeenschappen ondergraaft. Hivos kreeg in de Volkskrant ruimte voor een antwoord.  

In zijn betoog voor het promoten van genetisch gemodificeerde gewassen verwijt Hidde Boersma tegenstanders, waaronder NGOs, dat zij met hun verzet ertegen de honger in stand houden. Een stevige uitspraak, want wij zijn altijd op zoek naar innovatieve oplossingen voor hardnekkige problemen, zoals honger. Maar één ding hebben we wel geleerd: magic bullets bestaan niet, ook al zouden we dat graag wensen. Een complex probleem zoals honger los je niet op met gentechnologie.

Katoen

Waar genetische modificatie in veel gevallen op de korte termijn een productie-verhogend effect heeft, hoeven we met Boersma echter niet de illusie te koesteren dat het de heilige graal is die alle problemen doet verdampen. Kleinschalige, conventioneel producerende boeren in lage- en middeninkomenslanden maken inderdaad, in veel gevallen gesteund door overheidsfinanciering, vaak flink gebruik van pesticiden. Gentech gaat dit alleen geenszins oplossen. Boeren in Burkina Faso die gemodificeerde ‘BT katoen’ plantten hoefden minder te spuiten en zagen hun oogst in het eerste jaar aanzienlijk groeien. In het tweede en derde jaar moesten ze weer beduidend meer spuiten om tot een betere oogst te komen. Logisch: bacteriën en andere ziektemakers passen zich ook aan. Helaas voor de boeren zaten ze toen wel aan een meerjarig contract met Monsanto vast; terug bij af én met het hoofd in de financiële strop.

Boerentrots

Dat brengt ons bij het volgende, zwaarwegende, argument. In de huidige vorm en toepassing is gentechnologie een uitsluitende technologie: het onteigent boeren en maakt hen afhankelijk van de leverancier, die door patenten eigenaar is van de genen van de plant. Gentech, maar ook hybride rassen, leveren weliswaar een grotere oogst, het jaar erna mag je weer aankloppen bij de leverancier voor een nieuwe dure lading. Zelfstandige zaadwinning- en veredeling is – zeker in Afrika – een wezenlijk onderdeel van het boerenbedrijf. Sinds de mens landbouw bedrijft hebben boeren altijd met succes en trots zorg gedragen voor de veredeling van gewassen en soorten. Introductie van GMO zaden duwt boeren daarom niet alleen in een afhankelijkheidspositie, het treft boerengemeenschappen in de kern van hun zijn: in hun autonomie, waardigheid en identiteit.

Er zijn nog meer argumenten waarom het gelegitimeerd is gentech met de nodige voorzichtigheid dan wel scepsis te benaderen. Een eenzijdige productiefocus op één (gentech) variëteit/gewas werkt een verdere achteruitgang van de soortendiversiteit in de hand, die nodig is voor een veerkrachtige landbouw. Daarnaast zijn monoculturen – de manier waarop gentech-gewassen doorgaans geteeld worden – nadelig voor het bodemleven en de algehele biodiversiteit. Vanuit dat perspectief beschouwd is het sowieso ongewenst.

Open source

Ja, de landbouwproductie in Afrika (en Azië) moet en kan omhoog. Maar laten we afstappen van het productie-evangelie, waar de door Westerse bedrijven ontwikkelde one-size-fits-all gentechnologie onderdeel van is. Gentech is een techno-fix die complexe sociaaleconomische en culturele factoren negeert. Boersma’s techno-fix is meer een idée fixe: het idee dat wij de wereld kunnen voeden door één enkele technologie te benutten. Waar de BT brinjal aubergine in Bangladesh misschien een aardig voorbeeld lijkt van hoe de techniek ten goede kan worden ingezet, zijn er al met al genoeg redenen om terughoudendheid te betrachten in het promoten en grootschalig implementeren van gentechnologie in de landbouw. Geringschat de boerengemeenschappen niet, en investeer daadwerkelijk in Afrikaanse en Bengaalse ondernemende boeren. Investeer in lokale zaadbedrijven, in open source systemen die alle boeren toegang geven tot divers zaaigoed. Geef ook toegang tot krediet waarmee boeren kunnen investeren in duurzame bedrijfsvoering en gebruik kennis om samen mét gemeenschappen lokaal aangepaste variëteiten en gewassen te ontwikkelen en traditionele variëteiten te behouden. Zo draag je bij aan een veerkrachtige landbouw en dito landbouwgemeenschap, en help je armoede en honger te bestrijden. Denkend aan manieren en technologieën die ook op langere termijn werken voor boeren, zijn er talloze andere oplossingen die de voorkeur verdienen boven de gentech ‘fix’.

Lees ook