Beeld2
photo: Sven Torfinn. Uganda, Fort Portal, Rwenzori province, July 2015. Fort Portal, a fast expanding town in the foothills of the Rwenzori mountains. The urbanization attracts more people and creates non-agricultural economic activities. Farmers living around the town are providing food, especially for the low income settlers. Agricultural produce, fruits and vegetables, but also Matoke, or cooking plantain, or bananas, the staple food for most people in Uganda, is brought to town and sold on the markets. After sunset along the roads people set up stalls and sell a variety of food, fries, goats meat, chapatis, stew, Matoke. The informal street vendors provide food for the low-income settlers and people passing the town with public transport. A day in the life of a street food vender: Chris Byamukama, also known as: Black, 27 years. Chris is married to Rose Biira, 24 yrs, and they have 4 children together. He is the chairman of the Fort Portal food vendors Association. Chris is also training as a crime preventer together with 80 other youth from Fort Portal Municipality. Crime prevention a government program that aims at empowering the youth to keep law and order in their communities. Chris prepares chapatis and sells them to people along the road. He starts in the afternoon, around 4pm, till 10pm in the night. With the profit he can sustain his family. The flour and cooking oil he buys in the store next door.

Voedsel voor de mond of voor de stront?

Er zit iets goed scheef in het voedselsysteem. Wereldwijd wordt er genoeg geproduceerd, maar toch lijden ruim 800 miljoen mensen dagelijks honger en nog eens 2 miljard mensen ‘verborgen honger’: te weinig voedingsstoffen door te eenzijdige voeding. Ook zijn er al meer dan 1 miljard mensen met ongezond overgewicht.

Dat erkent het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in zijn recente beleidsnotitie over Voedsel- en Voedingszekerheid, die na twee keer uitstel eindelijk op 27 januari in de Tweede Kamer werd besproken.

Hivos volgde het debat. Dit jaar startte de organisatie een strategisch partnerschap met de Nederlandse overheid om gezond, divers, betaalbaar en duurzaam geproduceerd voedsel wereldwijd beschikbaar te maken. Wij werken met bedrijven, boerenvertegenwoordigers, straatverkopers en lokale overheden in Oeganda, Zambia, Indonesië en Bolivia aan innovaties om voedselsystemen vanaf lokaal niveau te verbeteren. Belangrijk aangezien plaatselijke tekorten vaak de oorzaak zijn van honger en ondervoeding. Sectoroverstijgend samenwerken is cruciaal, gezien de vele dimensies van voedsel: gezondheid, inkomen, werkgelegenheid, milieu, infrastructuur, maar ook religie en cultuur.

Coherentie

Onze belangrijkste aanbeveling aan de minister is dan ook het voeren van een coherent beleid, waarbij inclusieve en duurzame voedselzekerheid actief wordt ingebed in alle relevante beleidsterreinen: ontwikkelingssamenwerking, landbouw, volksgezondheid, milieu, dierenwelzijn en handelsbeleid. Integraal beleid boekt sneller, beter en duurzamer resultaat. Kamerleden zien dit ook en willen meer inzage in de effectiviteit en coherentie van het bedrijfsleveninstrumentarium zoals het Dutch Good Growth Fund. Ook pleiten zij voor betere regelgeving daar waar de overheid zogenoemde klimaat-slimme landbouw financiert. Minister Ploumen zal in gesprek gaan met de staatsecretarissen van Landbouw, Milieu en Volksgezondheid of voedselzekerheid een strategische sector kan worden.

De VVD vroeg Minister Ploumen waarom zij niet meer inzet op GMOs om de voedselproductie te verhogen. De minister gaf aan dat de inzet van GMOs de positie van lokale boeren & productieprocessen in Afrika niet mag verstoren. Zij wil, net als Hivos, misstanden zoals met Monsanto voorkomen.

Kleine boeren

Andere Kamerleden benadrukten de positie van kleine boeren en boerinnen, die goed zijn voor 80% van de landbouwproductie in de wereld. Juist voor hen is behoud van biodiversiteit en het versterken van de bodemgezondheid cruciaal. De minister antwoordde dat vorig jaar vier miljoen kleine boeren zijn bereikt, maar zal de Kamer evenwel een nieuwe brief sturen over de resultaten van haar beleid met specifiek aandacht voor het agrarisch beroepsonderwijs; belangrijk voor de voedselproductie, en om jongeren bij landbouw betrokken te houden.

Nederland kan nog een grote slag maken om toegang tot voldoende en gezond voedsel te stimuleren en ongezondere en niet-duurzame voedingsmiddelen tegen te gaan. Niet alleen in Nederland, maar internationaal. Door een verlaging van de consumptie van dierlijke eiwitten te stimuleren, zullen ecosystemen minder belast worden, wat het klimaat ten goede komt. Tenslotte stoot de veeteeltsector wereldwijd meer broeikasgas uit dan de gehele mondiale transport sector. Zoals Marianne Thieme van de Partij van de Dieren het treffend verwoordde: “Bijna de helft van alle akkers in de wereld produceren veevoer. We produceren niet zozeer voor de mond, vooral voor stront.”

Melkboer

Nederland kan een leidende rol nemen in het bevorderen van een gezond, plantaardig voedingspatroon en een verlaging van de consumptie van dierlijke eiwitten, zowel in Nederland, Europa, als daarbuiten. Dit komt ten goede aan gezondheid, ecosystemen en het klimaat. Minister Ploumen gaf aan dat zij als dochter van een melkboer niet snel de melkindustrie in gevaar zal brengen. Er is dus nog een lange weg te gaan voordat Nederland zich opwerpt als innovator op plantaardige eiwitten en Unilever relatief meer vegetarische worsten produceert.