UNICEF onderzoek over FGM reden voor bezorgdheid

26 juli, 2013

In Kirkuk bijvoorbeeld, stelden WADI en haar partnerorganisatie Pana in 2012 vast, dat vrouwenbesnijdenis voorkomt in gebieden buiten de Koerdische regio in Irak. Na het ondervragen van 1212 vrouwen uit de Arabische en Turkmeense gemeenschappen van Kirkuk, werd vastgesteld dat vrouwenbesnijdenis een probleem is dat de gehele Iraakse natie onder ogen moet zien. 38,2 procent van de ondervraagde vrouwen gaf te kennen dat zij waren besneden. 118 van deze slachtoffers waren van Arabische afkomst, 56 van Turkmeense.

UNICEF stelt dat ‘data uit Irak laat zien dat vrouwenbesnijdenis alleen voorkomt in enkele noordelijke regio’s, waaronder Erbil and Sulaymaniyah, waar de meerderheid van de meisjes en vrouwen zijn besneden’. In het rapport wordt geconcludeerd dat het ‘vrijwel niet voorkomt in andere regio’s van het land’. Deze observatie komt niet overeen met de bevindingen van WADI en Pana in Kirkuk. 

“Uit ons onderzoek en interviews met medische professionals wordt duidelijk dat vrouwenbesnijdenis veel vaker voorkomt dan gedacht, ook in niet-Koerdische gebieden”, zegt Wadi directeur Thomas von der Osten-Sacken.

Het UNICEF onderzoek, gedaan in 29 landen, laat zien dat het risico dat meisjes lopen om besneden te worden tegenwoordig lager is dan 30 jaar geleden. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat de praktijk universeel gebleven is in landen als Soedan en Egypte. “Dat onderstreept het feit dat we buitengewoon bezorgd moeten blijven en meer moeten doen om vrouwenbesnijdenis uit te bannen”, zegt Von der Osten-Sacken.

> Download het rapport van UNICEF (pdf)
> Download het rapport van WADI (pdf)

Foto copyright WADI

Lees ook