Strijdbare mijnwerkersvrouw Domitila is niet meer

16 maart, 2012

Haar vader stierf op jonge  leeftijd aan stoflongen. Ook haar moeder was  ziek en als tiener zorgde  ze voor haar vier zusjes en broertjes. Het zien van de dagelijkse  ellende en uitbuiting in de desolate  mijnstadjes van Catavi en  Llallagua, motiveerde haar om lid te worden  van het  mijnwerkersvrouwen-comité. Al snel klom ze op tot een van de   belangrijkste leiders. In de zestiger jaren stuurde de toenmalige   dictator Barrientos het leger af op protesterende mijnwerkers van de   mijn Siglo XX. Verschillende mijnwerkers werden op brute wijze gedood.   Domitila werd opgepakt en zodanig gemarteld, dat ze haar baby verloor.   Dat weerhield haar er niet van om door te gaan. Tien jaar later begonnen   de vrouwen een hongerstaking tegen het bewind van een nieuwe dictator,   generaal Hugo Banzer. Kort daarvoor was Domitila`s man, ook actief in  de  mijnwerkers beweging, het land uitgevlucht. De hongerstaking had een   sneeuwbal effect en in korte tijd zwelde het protest zo aan dat Banzer   het veld moest ruimen.

In haar persoonlijk leven combineerde ze  het moederschap van zeven  kinderen en hetverkopen van zelfgebakken  empanadas met haar  (vrijwilligers) werk voor de mijnwerkersbeweging. Van  feminisme moest  ze niets hebben. Domitila werd in 1975 internationaal  bekend door haar  felle getuigenis tijdens het Tribunaal van het  Internationale  Vrouwenjaar in Mexico. Haar ervaringen en ideeën zijn  opgetekend in het  boek Staat u mij toe wat te zeggen. Ze is  nooit doorgestoten  tot de nationale politiek. Hoewel ze Evo tijdens  verschillende  campagnes gesteund heeft en voorgedragen werd als  kandidate voor het  parlement, is dit door de partijleiding niet  overgenomen. Domitila had  daar geen hard feelings over. Wel over het  feit dat haar pensioen flink  gekort werd.

Al sinds de jaren tachtig leed ze aan kanker, waaraan ze op woensdag 15 maart overleed, even arm als ze geboren was.

Lees ook