Beeld2
Woodfall Wild Images/Photoshot

Op zoek naar leven na de maïs

Van bewustwording naar actie in Zambia

“Mijn land heeft een van de hoogste percentages ondervoede kinderen ter wereld”, vertelt William Chilufya. William is bij Hivos belangenbehartiger duurzame voeding voor zuidelijk Afrika. Hij werkt vanuit Lusaka, in Zambia. De cijfers zijn schrijnend: 40 procent* van de kinderen in Zambia loopt essentiële bouwstoffen mis en is chronisch ondervoed. Hivos komt in actie, samen met lokale belanghebbenden. “Gezond eten van gezonde grond, dat is ons motto”, zegt William.

Gevarieerde landbouw is van levensbelang. “Gedreven door de noodzaak om voldoende voedsel veilig te stellen, gaf de Zambiaanse overheid sinds 2007 80 procent van haar budget uit aan het subsidiëren van de maïsproductie. Nu hebben we genoeg maïs, maar andere gewassen zoals sorghum, gierst, rijst en cassave hebben eronder geleden”, legt William uit. In de afgelopen tien jaar heeft eenzijdige landbouw geleid tot een eenzijdig maïsdieet. Dat is niet alleen een gevaar voor de veerkracht van het Zambiaanse voedselsysteem, maar ook voor de volksgezondheid.

Het probleem met maïs

In maïs zitten veel calorieën, maar weinig voedingsstoffen. Mensen zien er misschien niet ondervoed uit, sommigen zijn zelfs te zwaar, maar ze krijgen niet de voedingsstoffen binnen die ze nodig hebben. We weten dat eenzijdig eten het risico vergroot op suikerziekte, stofwisselingsziekten, hoge bloeddruk, hartziekten en kanker. “Met die focus op één gewas bouw je ook geen duurzaam voedselsysteem. Maïs verpest de grond en is kwetsbaar voor droogte en ongedierte zoals de armyworm. Als maatschappij moeten we ervoor zorgen dat er leven is na de maïs”, betoogt William.

Food Change Lab

In 2015 is Hivos gestart met het Food Change Lab Zambia, een platform voor onderzoek en innovatie. William is het gezicht van het lab. “Eerst keken we hoe we ons voedselsysteem nieuw leven in kunnen blazen en wat de grootste problemen zijn. Al snel richtten we ons op eenzijdige landbouw. We hebben een aantal goed bezochte bijeenkomsten en food festivals georganiseerd, waar we ons verhaal vertelden en beleidsmakers en boeren uitnodigden om met ons mee te denken en te doen. Als we belanghebbenden bij elkaar brengen, beginnen we meestal met een grote muur waarop we het voedselsysteem in kaart brengen. Iedereen mag input leveren. Zo verzamelen we inzichten uit de hele zaal, waarbij we ook stemmen horen die normaal buiten beeld blijven. Na de sessie gaan we het veld in. Want de beste kennis doe je niet op in de vergaderzaal, maar door je onder te dompelen in de echte wereld. Het gesprek loopt soepeler als allerlei partijen samen over ons voedselsysteem kunnen praten en over de problemen rond eenzijdige landbouw. Na het veldwerk gaan de deelnemers weer naar binnen en bedenken ze wat iedereen kan doen om de verandering op gang te brengen. Meestal zijn dat kleine projecten, kleine stapjes, die je makkelijk kunt integreren in je dagelijkse werk en leven. Onze laatste grote bijeenkomst in mei 2017 heeft een massa concrete verbeterideeën opgeleverd. Dat noemen we prototypes: simpele interventies waar we veel van kunnen leren en die we gaandeweg kunnen bijstellen.”

Het eten van morgen

Steeds meer jongeren sluiten zich aan bij het Lab om mee te denken over het eten van morgen in Zambia. “We werken aan bewustwording, vooral via radio en social media. We hebben een groep, Youth for Sustainable Food, een food festival laten organiseren voor jongeren uit de regio. We wilden erachter komen wat zij eten en waarom ze die voedingsmiddelen kiezen. Diezelfde groep heeft een radioprogramma gemaakt over landbouw en voedselproductie. En er ging een afgevaardigde naar Nederland voor Wereldvoedseldag, op 14 oktober.” William Chilufya zelf ging die maand naar Rome, voor een sessie tijdens de zitting van de internationale Food Security Committee. “De situatie in Zambia werd als voorbeeld gebruikt. We spraken over onze missie om variatie te creëren op het veld en op het bord. En we lanceerden daar onze video.” Hij staat op Youtube, zoek maar op ‘Life beyond maize’.

Werken aan verandering

Het begint te schuiven, merkt William. “Onze minister zegt vaak: ‘Ik wil minister van landbouw zijn, geen minister van maïs.’ Het bewustzijn groeit en onze nationale overheid heeft een paar belangrijke veranderingen doorgevoerd. Zo geeft de overheid geen subsidies meer voor maïs, maar e-vouchers voor zaden. In theorie kunnen boeren nu zelf bepalen wat ze zaaien of planten. Het systeem wordt dit jaar in het hele land uitgerold. Een positieve ontwikkeling die aansluit bij wat wij promoten: variatie op het veld, zodat we toegang hebben tot gezond en gevarieerd voedsel. Maar een heikel punt is dat boeren nou eenmaal verbouwen wat ze kunnen verkopen. Ze vragen de regering om markten voor ze te creëren, zodat ze ook echt iets anders dan maïs kunnen verbouwen.” De gemiddelde Zambiaan eet nog steeds 100 kilo maïs per jaar, in verschillende bereidingen.

“Mensen worden zich ook meer bewust van de impact van eten op onze gezondheid, zeker onder de groeiende middenklasse. Steeds meer restaurants keren terug naar traditionele groentegerechten, ik heb ze de laatste twee jaar als paddenstoelen uit de grond zien schieten. Ze zijn heel populair, er staan altijd lange rijen rond etenstijd. Ja, we zijn nog lang niet klaar, maar ons werk begint vruchten af te werpen!”

*Zambia Demographic and Health Surveys 2013–2014, Central Statistical Office, Ministry of Health and ICF International

Help je ook mee naar een vrije, eerlijke en duurzame wereld toe te werken?

Doneer nu