Beeld2
Foto: TOAM

Er groeit nog mais in Dodoma

In het hart van Tanzania, op ongeveer een uur rijden vanaf de stad Dodoma, handelt Matthias Mtwale in zaaigoed. Zijn boerderij, 28 hectare groot, staat vol met verschillende rassen zonnebloemen en mais. De zaden en pitten die zijn planten leveren, zijn bij uitstek geschikt voor het klimaat en de bodem in de omgeving. De boeren die bij hem kopen, zijn verzekerd van gewassen die tegen een stootje kunnen, voor een betaalbare prijs. Maar door nieuwe wetgeving, aangemoedigd door grote agro-industriële bedrijven, wordt dit steeds moeilijker. Dat is niet alleen een probleem voor Matthias, maar ook voor alle boeren die bij hem zaaigoed kopen.

Net als zijn zonnebloemen en zijn mais, is Matthias Mtwale geworteld in zijn omgeving. Hij kent zijn klanten, rekent redelijke prijzen en biedt krediet aan boeren die krap bij kas zitten. Dat laatste is geen uitzondering: zijn klanten zijn arm en zien hun oogst vaker dan hen lief is, verdrogen in de brandende zon. Maar Matthias is ook een expert. Hij weet precies welke zaden en pitten het beste bestand zijn tegen de droge lucht en de dorre aarde. Toch is het niet makkelijk om zijn zaaigoed geregistreerd te krijgen voor verkoop. En pas sinds kort mag hij al zijn potentiële klanten bedienen. De Tanzaniaanse overheid gaf hem een licentie om twee jaar lang buiten zijn eigen district te werken.

Standaarden en patenten

Om zaaigoed te registreren en verkooplicenties te bemachtigen, moeten Tanzaniaanse zadenproducenten steeds meer voldoen aan allerlei internationale standaarden. Daarvoor moeten kostbare en langdurige procedures worden doorlopen, die voor lokale producenten als Matthias vaak te duur en ingewikkeld zijn. Grotere spelers hebben daar minder moeite mee. Omdat zij vaak over de grens handelen, zijn de standaarden bovendien in hun voordeel: het schept duidelijkheid voor klanten en leveranciers. Niet gek dus, dat grote agro-industriële bedrijven in tal van Afrikaanse landen krachtig lobbyen voor strenge standaardisering.

Een andere wens van grote zaaigoedbedrijven is de mogelijkheid om zaden te kunnen patenteren. Het is voor hen namelijk van belang dat de zaden die zij kweken niet zomaar door ieder ander verkocht kunnen worden. Zou dat wel kunnen, dan is hun argument dat het niet meer loont om te investeren en rassen met elkaar te kruisen, op zoek naar de best mogelijke variëteit. Maar patentering heeft ook nadelen, vooral voor boeren en kleine zaaigoedproducenten als Matthias. Het beperkt het gebruik, de uitwisseling en verkoop van zaden als met gepatenteerd zaad gewerkt wordt. En of het loont voor Matthias om zijn eigen zaden te patenteren is de vraag.

Een middenweg

Helemaal zwart-wit is de tegenstelling tussen Matthias en zijn grote concurrenten niet. Want wat goed is voor internationale bedrijven, is tot op zekere hoogte ook goed voor kleine zaaigoedproducenten, boeren en consumenten. Het is voor iedereen belangrijk dat er standaarden bestaan die kwaliteit garanderen en dat overheidsmaatregelen innovatie stimuleren. Wetgeving hieromtrent schiet nu echter door en dient voornamelijk de belangen van grote bedrijven terwijl boeren in Tanzania nog steeds het overgrote deel van hun zaden ruilen, lokaal kopen of zelf kweken. Samen met Hivos partner TOAM, de Tanzania Organic Agriculture Movement, probeert Matthias Mtwale de overheid dat duidelijk te maken.

TOAM lobbyt voor alternatieven die meer ruimte bieden aan kleine zaaigoedproducenten en boeren. Zo zouden patenten wat TOAM betreft maar voor beperkte tijd geldig moeten zijn. Dan wordt er iets minder lang winst gemaakt, maar kunnen boeren patentvrije zaden gebruiken voor verdere innovatie. Ook zou de overheid allerlei verplichte procedures kunnen versimpelen en goedkoper maken, zodat boeren en kleine zaaigoedproducenten betere toegang hebben tot de markt en worden gestimuleerd om lokaal aangepast zaaigoed van goede kwaliteit te blijven ontwikkelen.

Diversiteit

TOAM is meer dan alleen belangenbehartiger van kleinschalige landbouwondernemers als Matthias Mtwale. De organisatie komt op voor zijn economische rechten, maar herkent vooral ook het belang van mensen zoals hij voor de toekomst. Want waar grote bedrijven vaak massaproducten leveren, die veel opbrengen maar ook duur zijn en niet overal even goed gedijen, is Matthias gespecialiseerd in maatwerk. Al vijftien jaar lang ontwikkelt hij zaden en pitten die steeds beter aangepast zijn aan zijn eigen omgeving, waar het land droog is, de boeren arm zijn en klimaatverandering niet meer te ontkennen valt. Grote bedrijven halen hun neus op voor zijn bescheiden verdienmodel, maar hij zorgt er wel voor dat er nog mais groeit in Dodoma.

Wil je ook bijdragen aan de programma's van Hivos?

Doneer nu

Op onze internationale site lees je meer over wat we wereldwijd doen voor duurzaam voedsel.