Het goede voorbeeld

Door Jonathan Huseman, pleitbezorger bij Hivos

Wie het Nederlandse buitenlandbeleid een tijdje volgt, is gewend aan tegenstrijdigheden. Met een snufje schijnheiligheid valt te leven, want wie is er niet groot mee geworden? Toch stemt het laatste schandaal waarbij de Nederlandse staat betrokken is cynisch. Wat is er loos? In de Luanda Leaks, een veelomvattend onderzoek naar corruptie en machtsmisbruik in Angola, stuitten internationale onderzoeksjournalisten op Nederlandse betrokkenheid. Een baggerbedrijf, een bank en een kredietverzekeraar van de staat zouden hebben bijgedragen aan de verdrijving van 3000 Angolese families.

Het patroon moet de minister bekend voorkomen. Eerder schreven dezelfde journalisten bij Trouw hoe Nederlandse bedrijven zich weinig aantrokken van mens en milieu bij de aanleg van een sojaroute in Brazilië. Nog weer eerder werd Berta Caceres vermoord, nadat ze zich verzet had tegen de aanleg van een mede met Nederlands geld gefinancierde stuwdam in Honduras. En wie figureren er in de openingsscene van Moneyland, het zeer verhelderende boek over internationale corruptie van Oliver Bulloughs? Nederland en ING. Gaat het over belastingontwijking? Nederland is erbij.

Geconfronteerd met het leed van de Angolese families toont de ambassadeur in Angola zich “zeer aangedaan”. Die emoties zullen oprecht zijn, maar het enige geloofwaardige politieke antwoord is: ander beleid. De begroting 2020 van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking meldt een “vernieuwde en gevarieerde opzet van in- en uitgaande handelsmissies”, “brede flagship handelsmissies” naar “top-9 strategische markten”, inclusief bewindspersonen. De “top-25 markten” mogen “boegbeelden en handelsgezanten” verwelkomen. Allemaal voor de “internationale verdienkansen van innovaties”. De financiële en diplomatieke steun voor het Nederlandse bedrijfsleven is hartverwarmend.

Tegelijkertijd financiert het ministerie van Buitenlandse Zaken, via bijvoorbeeld Hivos of Free Press Unlimited, óók de internationale collega’s van Trouw, zoals PCIJ, dat deel uitmaakt van hetzelfde collectief onderzoeksjournalisten. Het ministerie moedigt journalisten aan om te schrijven over witwassen, corruptie, belangenverstrengeling en machtsmisbruik. En dat doen zij, met gevaar voor eigen leven. Ook hier is er de diplomatieke en principiële steun van het ministerie en die is van groot belang. Een transparante overheid wekt vertrouwen. Journalisten spelen daarin een onmisbare rol, daarom steunt Hivos journalisten wereldwijd.

Maar de handelsdiplomatie en de mensenrechten, ze zijn niet in balans. Je zou verwachten dat het ministerie het goede voorbeeld geeft in de uitvoering van haar eigen beleid en dat van ontwikkelingsbanken, bedrijven en ngo’s.

Op Twitter laat het ministerie op 17 januari weten tijdens de ambassadeursconferentie een bedrijvenmiddag te organiseren voor exporterende ondernemers. “Wist je dat je als exporterende ondernemer direct in gesprek kan komen met een ambassadeur?” Minister Kaag twittert zelf: “Voor Nederlandse ondernemers in het buitenland liggen er veel kansen.” Twee dagen later vraagt het ministerie via hetzelfde medium aan ondernemers om het beleid op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen mede te ontwikkelen.

Dan publiceert Trouw op maandag 20 januari dit verhaal: https://verhalen.trouw.nl/luandaleaks

Het twitteraccount @minbz zwijgt. @DutchMFA ook.

Tegenover Trouw wil het ministerie niet reageren.

Minister Kaag zal spreken met de betrokken bedrijven. Het is niet nodig de uitkomst daarvan af te wachten om het beleid grondig te hervormen. Wees transparant over contracten en aanbestedingen, stop de belastingontwijking, maak werk van het register van eigenaren van bedrijven, vraag bedrijven naar hun winst en verlies per land, doe grondig onderzoek voordat je investeert en compenseer het leed dat je aanricht. Pas dan wordt het zo trots getweete “MVO” (maatschappelijk verantwoord ondernemen) geloofwaardig.

Nog één ding. Op 22 april is het ministerie in Den Haag gastheer van de World Press Freedom Conference. Persvrijheid, inderdaad. Als journalisten je confronteren met de wrange gevolgen van je eigen beleid, pas dat beleid dan aan. En weiger niet je medewerking als je vragen krijgt.