Elitaire kunst bestaat niet, slechte wel

1 juli, 2011

Ik moet tot mijn spijt vaststellen dat ik weinig inhoudelijke argumenten heb gehoord van de tegenstanders. Grote woorden wel, beschaving, barbarij, internationale reputatie et cetera. Allemaal Ipso facto, oftewel het feit dát u bezuinigt op kunst, regering, maakt u per definitie slecht.

De staat bezuinigt meer dan twintig procent op de totale cultuurbegroting. Hiermee trekt zij zich voor een aanzienlijk deel terug uit het domein van de gesubsidieerde kunst en laat meer over aan de markt. Oké, ik begrijp ook wel dat de cultuursector meer eigen inkomsten moet genereren. Het doel om kunst en cultuur ‘te vermarkten’ zoals de regering beoogt, lijkt me echter ten principale verkeerd. Net zoals het verkeerd is om van kunstenaars te eisen om meer ‘voor het grote publiek’ te produceren. Dat laatste doet Joop van den Ende namelijk al.

 

En daarmee zijn we bij het criterium publieksbereik. Het schijnt het kabinet te storen wanneer slechts een klein volksdeel – noem het de elite – bepaalde kunstuitingen waardeert. Met Rudy Kousbroek vind ik dat elitaire kunst niet bestaat. Kunst is goed of slecht, maar nooit goed en tóch verwerpelijk omdat alleen een minderheid in staat is ervan te genieten.

De parallel met ontwikkelingssamenwerking dringt zich op. Particuliere organisaties  moesten dit jaar ook in één keer twintig procent inleveren en ook toen was de redenatie: haal het uit de donateurmarkt. Maar wat als de donateur niet wil betalen voor complexe zaken zoals persvrijheid, democratisering en vrouwenemancipatie in ontwikkelingslanden? Ben je dan niet goed bezig?

Ik weet wel wat Kousbroek zou antwoorden.

Foto CC: Flickr user FotoCC Flickr dewitwith3207429066

FotoCC: Flickr photos/fdewit

Lees ook