Draagkracht aarde moet de basis vormen voor voedselprijs

Hoog tijd dat consumenten een reële prijs gaan betalen voor voedsel, een waarin schadelijke effecten op mens en milieu zijn doorberekend.

De Nationale Voedseltop van afgelopen donderdag was vooral een goednieuwsshow, waarin de belangrijkste spelers van ‘s lands voedselindustrie mochten laten zien hoe zij de transitie naar een duurzaam en gezond voedselsysteem vormgeven. Een gemiste kans was de ondervertegenwoordiging van het MKB, boeren en consumenten, omdat een succesvolle transitie de betrokkenheid van allen vereist, en verandering in het voedselsysteem ook van onderaf komt.

Een hoopvol teken was het feit dat de Voedseltop door vier verschillende bewindspersonen gedragen werd: ons voedselsysteem is complex en behoeft daarom een holistische- of systeemaanpak – afstemming van beleid is hiertoe noodzakelijk. Wat dan ook tot optimisme stemt is het feit dat het ministerie van staatssecretaris Martijn van Dam onlangs de taak op zich heeft genomen om namens Nederland in het kader van de Ontwikkelingsdoelen het VN programma voor duurzame wereldwijde voedselsystemen mede vorm te geven. Hierin moet hij productie, gezondheid, bodemgesteldheid en klimaat in samenhang aanpakken.

Om die taak nationaal en internationaal gestalte te geven moeten er wel een aantal concrete stappen worden gezet en is het noodzaak om urgente problemen helder te benoemen – iets waar men helaas op de voedseltop niet volledig in is geslaagd.

Ten eerste heeft een transitie alleen kans van slagen als alle spelers – groot en klein betrokken zijn. Innovatie is niet slechts voorbehouden aan grote bedrijven: het midden- en kleinbedrijf brengt de beste en vaak marktontwrichtende ideeën voort – waarna ze in veel gevallen worden overgenomen door diezelfde grote bedrijven. Daarnaast is het betrekken van mensen zelf – boeren, burgerinitiatieven of consumentenorganisaties – van belang om ervoor te zorgen dat oplossingen enerzijds effectief en betekenisvol zijn en anderzijds genoeg draagkracht hebben. In ons land hebben de Vegetarische Slager, Rechtstreex en Herenboeren bijvoorbeeld al heel wat mensen ertoe aangezet lokaler, gezonder, en duurzamer te consumeren.

Ten tweede is het van cruciaal belang om het beestje bij de naam te noemen: ons huidige consumptiepatroon maakt ons ziek en legt een te groot beslag op natuurlijke hulpbronnen, oftewel de aarde. De negatieve gevolgen hiervan en van op bodemuitputting gebaseerde productiemethoden worden momenteel niet verrekend in de productprijs. Het beprijzen van deze zogenoemde externe effecten is dan ook noodzakelijk om enerzijds onze gezondheidszorg betaalbaar, en anderzijds onze steeds warmer wordende planeet leefbaar te houden. Een verhoogde BTW op vlees of het heffen van extra belasting op te zoete of vette producten is helemaal geen raar idee, gezien zelfregulering van de markt tot nu toe zeker geen doorslaand succes is, getuige de niet aflatende kiloknallers en hardnekkige kindermarketing.

Om tot een gezond en houdbaar voedselsysteem te komen is het ten derde raadzaam om huidige geldstromen te verleggen: de gangbare landbouw leunt op het gebruik van bodemonvriendelijke en met fossiele brandstoffen gemaakte kunstmest wat nu nauwelijks wordt belast en in veel landen zelfs wordt gesubsidieerd. Verschuif daarom subsidies en investeringen naar landbouwbedrijven die uitgaan van het sluiten van kringlopen, en stel de eis: buigen of barsten.

Nederland kan internationaal haar kennis en kunde inzetten om het voedselsysteem beter te maken. Daarvoor moeten we wel reële prijzen voor ons voedsel gaan rekenen, en gezamenlijk – groot- en kleingrutters – aan tafel. Het nieuwe kabinet moet met een prominente plek voor voedsel deze koe bij de horens vatten, en het voedselsysteem niet verder laten verzieken.

Hivos draagt op internationaal niveau via de Natural Capital Coalition bij aan oplossingen om externe effecten van onze voedselproductie en –consumptie te beprijzen, en ondersteunt burgerorganisaties en kleine ondernemers in lage- en middeninkomenslanden in het opstarten en opschalen van hun voedselinitiatieven.