Asielopvang holt ontwikkelingsbudget uit

Nederland besteedt dit jaar bijna één vijfde van het budget voor ontwikkelingssamenwerking aan de opvang van asielzoekers. Dit gaat rechtstreeks ten koste van activiteiten in landen waar vluchtelingen vandaan komen. Ten koste dus van het aanpakken van oorzaken van problemen. Het op deze wijze omspringen met ontwikkelingsgeld vindt Hivos kortzichtig.

We zijn begaan met het lot van mensen die huis en haard hebben moeten verlaten vanwege oorlog. Zij verdienen hier in Nederland en in andere Europese lidstaten een fatsoenlijke opvang. Tegelijkertijd zijn vluchtelingen en migratiestromen zoals we die dagelijks zien – vele blijven overigens ongezien – een symptoom van fundamentele problemen. Op de aanpak van die dieperliggende problemen bezuinigt het kabinet nu.

De regering zou haar inspanningen niet minder maar juist méér moeten richten op het voorkomen dan wel indammen van problemen. Denk aan programma’s ter bevordering van democratisering, mensenrechten en een eerlijker verdeling van welvaart, aan vredeswerk door maatschappelijke organisaties, of simpelweg aan structurele corruptiebestrijding. In Syrië is het onder meer van belang om in de gefragmenteerde chaos te blijven investeren in gematigde krachten anders houd je op den duur geen gram redelijkheid meer over.

Ook fatsoenlijke opvang in de regio met een goede spreiding is van groot belang. De nood in vluchtelingenkampen in Jordanië, Libanon en Turkije is inmiddels zo hoog – onvoldoende geld voor eten, waardoor voedselrantsoenen keer op keer worden gehalveerd – dat mensen hun toevlucht nemen tot wanhoopsdaden zoals het uithuwelijken van minderjarige meisjes om geld uit te sparen. Anderen zie geen andere uitweg dan te vluchten, naar Europa. Goede opvang betekent naast een dak boven het hoofd en voldoende voedsel ook scholing en uitzicht op werk in zogenaamde ‘protracted situations’; omstandigheden waarin mensen een min of meer permanente vluchtelingenstatus hebben.

Daarnaast zijn er al decennialang migratiestromen vanuit verschillende delen in Afrika en Azië, waar er geen grote conflicten of directe vrees voor vervolging van groepen of individuen bestaat. Vaak zijn het jonge mannen op zoek naar een beter bestaan voor zichzelf en hun achterblijvende families. Uit die gebieden komen op dit moment heel weinig mensen naar Nederland. De almaar groeiende omvang en het belang van ‘remittances’ tonen aan dat deze ‘gelukzoekers’ ook effectief voor ontwikkeling in hun herkomstland zijn.

In de context van migratie zou de ‘Hulp en Handel’ agenda veel meer gericht moeten worden op het creëren van werkgelegenheid en economische kansen in de regio’s dan op handelsmissies en stimulering van het Nederlandse bedrijfsleven. Het Dutch Good Growth Fund zou beter kunnen opgaan in een ‘Kenyan’, ‘Malian’ en ‘Angolan GGF’ dat jongeren helpt om een bedrijf op te zetten.

Er is weinig reden om aan te nemen dat er snel vrede zal zijn in Syrië, dat kortom verreweg de grootste bron van de vluchtelingenstromen naar Europa opdroogt. Het geld dat het kabinet Rutte heeft uitgetrokken voor asielopvang in 2016 zal daarom niet genoeg blijken, vreest Hivos. En gelet op de huidige praktijk valt te verwachten dat er straks wéér gekeken zal worden naar het ontwikkelingsgeld om de gaten te dichten. Dat is onwenselijk. Als het kabinet geen limiet stelt, zal dit verder ten koste gaan van investeringen in de regio’s en van activiteiten waar ontwikkelingshulp echt voor bedoeld is, zoals werken aan gelijke rechten en politieke participatie van vrouwen. Werk waarvan is aangetoond dat het effectief is en efficiënt wordt uitgevoerd.

Mondiale ontwikkelingen dwingen Nederland in dit verband ook tot meer inzet voor internationale samenwerking, vrede en veiligheid. Op 25 september jl. tekende de internationale gemeenschap voor de nieuwe ontwikkelingsdoelen, de 17 SDGs in 2030, en herbevestigde Nederland haar intentie om 0,7% van het inkomen aan ‘officiële ontwikkelingshulp’ (ODA, ofwel official development assistance) te besteden. Het wordt tijd dat we ons weer aan afspraken gaan houden, zeker als de regering de ambitie heeft om vanaf 2017 lid te zijn van de VN-Veiligheidsraad. In deze context wekt het bevreemding dat de regering de ingezette bezuiniging van een miljard euro op ontwikkelingssamenwerking nu impliciet opschroeft.

De huidige mondiale vluchtelingenproblematiek vraagt om een integrale visie van twee regeringspartijen die echt vooruit durven te kijken. Het uithollen van de begroting voor ontwikkelingssamenwerking ten behoeve van symptoombestrijding getuigt daar helaas niet van.