Zonder vrede kunnen wij ons niet ontwikkelen
Vandaag een hele enerverende dag gehad. Eerst vanuit Nairobi gevlogen naar El Doret, klein provinciestadje met een schitterende luchthaven. Vervolgens kennisgemaakt met medewerkers van de Hivos-partner Rural Women Peace om daarna 2,5 uur in de auto te zitten op weg naar een gebied dat Mount Elgon heet.
In Mount Elgon, ver weg van alles, is veel armoede. Mensen hebben veel kinderen (negen is een mooi gemiddelde), bezitten heel soms een klein stukje land en brandhout is zeer schaars. Daarbij zijn er in dit grensgebied met Oeganda veel conflicten; voornamelijk ethnische- en land conflicten. Naast de lokale mensen is er veel ‘import’; Mensen die gevlucht zijn voor het (natuur) geweld.
In het gebied rond Mount Elgon wonen dus veel verschillende stammen samen en men heeft een groot wantrouwen en soms agressie jegens elkaar. Vrouwen en mannen die familieleden hebben verloren en hun eigen huis en bezittingen hebben moeten achterlaten en dus helemaal opnieuw moeten beginnen. RWPL maakt zich met lokale vertegenwoordigers sterk om deze, voornamelijk, vrouwen te ondersteunen en te verenigen. Sinds 2008 hebben ze daarvoor steun ontvangen van Hivos.
Zelfhulpgroepen
RWPL heeft eerst op grote schaal trauma counseling gegeven om de mensen van verschillende stammen überhaupt met elkaar te laten praten en zo rust in de gemeenschap te brengen. Vervolgens zijn 13 zelfhulpgroepen opgericht van ongeveer 10 personen per groep. Zo zijn er een aantal weduwengroepen, vrouwengroepen en wedunaarsgroepen. Deze groepen hebben ieder 200 euro ontvangen die men naar eigen inzicht mocht besteden. Vandaag kwamen de voorzitters van al die groepen vertellen hoe deze kleine bijdrage hun leven veranderd heeft.
Zo vertelde Sara (45)
van de ‘weduwengroep’ over haar leven als vluchteling. Toen zij vanuit de bergen in Mount Elgon aankwam, had zij alleen nog maar haar kinderen bij zich. Haar man was omgekomen in de srijd en haar huis had zij moeten achter laten. Door bemiddeling van RWPL heeft zij zich kunnen aansluiten bij andere weduwen. De groep heeft eerst bepaald hoe ze hun situatie wilde verbeteren. Uiteindelijk hebben ze besloten land te huren. Hierop hebben zij bonen, zoete aardappelen en mais gezaaid. De vrouwen gebruiken de oogsten voor eigen gebruik en om te verkopen op de markt. Hierdoor hebben Sara’s kinderen niet alleen te eten maar kunnen zij nu ook naar school.
Janet (26)
geeft aan dat het niet altijd gemakkelijk is om te werken in een groep. Daarom heeft iedere groep statuten opgesteld. Zo wordt in haar groep de voorzitter democratisch gekozen en elke 5 maanden wordt bekeken of de voorzitter haar werk goed doet en dus mag blijven. Ook zijn er regels; ‘een vrouw die niet voldoende meehelpt moet extra wieden’. Elizabeth vertelt over de boetes die in haar groep worden opgelegd als iemand niet voldoende participeert. De rest van de dames knikt instemmend.
Feba
ziet een groot verschil in haar leven voor de vrouwengroep en nu. Tegenwoordig is zij in staat om zichzelf en haar kinderen te onderhouden. In haar groep hebben ze, met de opbrengsten van het gehuurde land, allemaal een kip gekocht. Als het verkopen van de eieren en het vlees rendabel is, zullen zij vervolgens een paar geiten of schapen kopen. Probleem blijft wel het gebrek aan brandhout. Er zijn geen bossen meer om hout te sprokkelen en het hout wat van ver wordt aangeleverd is duur. Op mijn vraag of ze elektriciteit en water in huis hebben wordt uitgebreid gelachen; nee dus!
Ik ben zeer aangedaan door de verhalen van deze vrouwen. Gezamenlijk hebben zij hun eigen positie verbeterd. Dat betekende niet alleen samenwerken maar samenwerken met vrouwen die vroeger behoorde tot de vijand. Dat vraagt veel moed. En zoals Chief Peter het zegt: ‘zonder vrede in onze gemeenschap kunnen wij ons niet ontwikkelen’ en dat hebben deze dames wel bewezen!
Lees meer over Kathelijn
Vorige blog:
Echte verhalen van echte mensen







