CEJIS
OP DE BRES VOOR MENSENRECHTEN IN BOLIVIA
Mensenrechtenorganisatie CEJIS trotseert aanslagen op kantoren en medewerkers in haar strijd voor de inheemse bevolking van Bolivia.
CEJIS strijdt voor collectieve rechten van inheemse groepen en landloze boeren, zodat zij het recht en zeggenschap krijgen over grote stukken land.
“Mede dankzij onze juridische steun en advisering is de Boliviaanse indianenbeweging het afgelopen decennium uitgegroeid van 'niet bedreigend' voor de zittende macht tot een belangrijke politieke actor.” Dit stelt directeur Leonardo Tamburini van mensenrechtenorganisatie CEJIS. “In Bolivia worden de indigenas - de oorspronkelijke indiaanse bevolking - stelselmatig gemarginaliseerd, gediscrimineerd en uitgebuit. Het verbeteren van hun positie is geen eenvoudige zaak. De machtstructuren van de staat moeten structureel veranderen. Daarom is de financiële hulp van Hivos zo belangrijk. Haar steun op de lange termijn maakt institutionele veranderingen mogelijk.”
Met de benodigde landsaneringen maakt CEJIS zich impopulair bij de rijke grootgrondbezitters in het oosten van het land. Sowieso keren veel niet-inheemse Bolivianen zich fel tegen meer macht en inspraak voor de indigenas. In de afgelopen vijf jaar zijn het hoofdkantoor in Santa Cruz en de kleinere kantoren in Trinidad en Riberalta al zeker vijftien keer aangevallen. De drie kantoren liggen in opstandige departementen die zich verzetten tegen de invoering van een nieuwe grondwet. Evo Morales, de eerste inheemse president van Bolivia, wil hiermee een einde maken aan de ongelijke verdeling van rijkdom in het land.
Verkiezingsonlusten
“In september vorig jaar gooiden woedende rechtse jongeren hier molotov-cocktails naar binnen, waarna ze onze inboedel plunderden en buiten op straat een deel van de bibliotheek verbrandden”, vertelt Leonardo Tamburini in Santa Cruz. Hij toont enkele dozen en ordners die gered konden worden. Geen van zijn medewerkers raakte gewond, maar de schrik was groot. De plundering vond plaats tijdens verkiezingsonlusten. Elders in het land vielen tientallen doden bij schietpartijen op Evo-aanhangers.
“Je zou denken dat de nationale politie, die onder het gezag staat van de regering-Morales, serieus werk maakt van dit grove verkiezingsgeweld en alle eerdere aanslagen op onze kantoren. Niet dus. Uiteindelijk is er één dader gevonden en bestraft, alle overige onderzoeken zijn doodgelopen. Het probleem is dat politiemensen die door hun hoofdcommandant naar zeer geïsoleerde districten worden gestuurd, daar liever achter inbrekers aangaan om waardering te krijgen van de lokale prefect. Deze veronachtzaming klagen we keer op keer aan bij de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Die roept de Boliviaanse regering ter verantwoording.”
Kogels missen doel
“De harde kernen binnen de oppositie voeren nog steeds kleinschalige gewelddadige acties uit”, weet Leonardo Tamburini. Zo vond op 27 februari jl. een aanslag plaats op Miguel González, regionaal verantwoordelijke van CEJIS in Trinidad. “Een onbekende motorrijder loste enkele schoten op de auto waarin González naar zijn werk reed. Gelukkig misten de kogels hun doel. Maar door deze intimiderende schietpartij is de druk op onze medewerkers wel toegenomen. Iedereen die voor CEJIS werkt, is zich bewust van de risico’s - ik ben zelf ontvoerd, bedreigd, gemarteld - en geeft zich helemaal over aan onze roeping: het willen veranderen van de mensenrechtensituatie in Bolivia. Dit is een moeilijke, tijdrovende uitdaging die veel offers vergt, ook van onze gezinnen.”
“Dat Hivos ons sinds 1996 steunt, is van grote betekenis. Zonder Hivos zou CEJIS niet bestaan. Dankzij de financiële hulp uit Nederland kunnen we de sleutelfiguren in onze organisatie betalen en behouden. Onze juridische medewerkers zijn echt het kapitaal van CEJIS, de belangrijkste motor achter alles. De steun van Hivos is ook in programmatisch en moreel opzicht belangrijk: Hivos steunt zonder voorwaarden, maar niet vrijblijvend. Op basis van een voorstel krijgen we geld voor onze activiteiten, maar we moeten wel concrete en samenhangende resultaten laten zien. Hierdoor hebben we in de afgelopen jaren een grote kwalitatieve stap kunnen maken. En ondanks aanslagen gaan we door met het verdedigen van de mensenrechten van de indigenas in Bolivia.”






